|
Art. 4.3.1 - 2e balletje
Het dragen van een T-shirt onder het shirt is niet meer toegestaan. Art. 25.2.3 - 2e balletje. Een speler die met de bal over de vloer glijdt, begaat geen overtreding. Art. 28.1.3 Een speler die de bal vanuit zijn verdedigingshelft naar de aanvalshelft dribbelt, wordt geacht in de aanvalshelft te zijn, wanneer beide voeten én de bal met de aanvalshelft in aanraking zijn (van belang voor het tellen van de acht seconden). Art. 30.1.2 Er vindt geen overtreding plaats,
nadat een speler zich op zijn aanvalshelft heeft afgezet en de bal van
de tegenstander in de lucht weet te onderschepen, om vervolgens op zijn
verdedigingshelft te landen. Art. 31 Indien een speler van onderen door de basket reikt en daarbij de bal raakt, is dat Interference en niet enkel een overtreding. Het is onder alle omstandigheden niet toegestaan, van onderen door de basket te reiken en daarbij de bal te raken. (Betrek hierbij ook art.13.2.2). Straf: overeenkomstig de artikelen 31.3.1 en 31.3.2. (Goaltending en Interference). Art. 36.1.4 Een fout van achteren of van opzij
tegen een tegenstander begaan, met het oogmerk een fast break te
verhinderen, waarbij er zich geen tegenstander tussen deze aanvallende
speler en de basket van de tegenstander bevindt, dient als onsportieve fout te worden aangemerkt. Art. 38.3.1 Een speler die buitensporig met zijn armen zwaait, zonder daarbij contact te veroorzaken, kan met technische fout worden belast. Toelichting op de spelregelwijzigingen Art. 28.1.3 Deze wijziging in de regels is zowel
van toepassing op het tellen van de 8-seconden als voor de
interpretatie van de terugspeelregel. Een speler die, komend vanaf de
verdedigingshelft, met een voet op de aanvalshelft en met een voet op
de verdedigingshelft, en hierna geheel terugstapt naar de
verdedigingshelft, maakt dus geen terugspelen. Art. 30.1.2 Voorheen was het zo dat een speler op
het moment dat hij in de lucht is nog aanwezig is op de plaats waar hij
zich heeft afgezet. Deze nieuwe regel is hier dus een uitzondering op. Art. 36.1.4 Een fout die van achteren of opzij
wordt gemaakt om iemand te verhinderen een fast-break te lopen, moet al
redelijk hard zijn om iemand ook daadwerkelijk te stoppen; een ‘harde’
fout wordt ook als onsportief gekenmerkt. In de uitvoering is hier dus
niet zo veel veranderd. Art. 38.3.1 Voorheen was het ook al niet toegestaan
om hinderlijk met de armen te zwaaien om iemand af te leiden; vlak voor
iemands gezicht mocht het niet, tijdens een schot mocht het niet en
tijdens vrije worpen mocht het niet. Nu is deze regel dus iets
aangescherpt. |